Nederlanders missen kennis over digitale fraude

Zo’n 53 procent van de Nederlanders vreest dat zijn of haar persoonlijke gegevens online niet veilig zijn. Dat blijkt uit onderzoek van juridisch probleemoplosser ARAG. Een gebrek aan kennis en kunde op het gebied van digitale fraude baart ARAG veel zorgen. Wel is bijna 70 procent van de Nederlanders steeds meer bezig met de veiligheid van hun online gegevens.

Volgens Hanneke Rommelaar, jurist bij ARAG en gespecialiseerd in consumentenrecht, neemt het aantal gevallen van fraude toe. Denk aan de vele phishingberichten en de relatief nieuwe WhatsApp-fraude. Bij deze laatste vorm doen cybercriminelen zich voor als een bekende en vragen je via WhatsApp om geld over te maken.

Rommelaar: “De verhalen over bankrekeningen die worden geplunderd staan niet meer op zichzelf. Het beeld dat alleen ouderen slachtoffer zijn van online fraude is bovendien sterk achterhaald. Tegenwoordig kun je bij het aanklikken van één frauduleuze link in een WhatsApp of e-mail al zwaar in de problemen zitten. Logisch dat men hier bezorgd over is”.

Voorzorgsmaatregelen

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat een groot aantal Nederlanders (19%) niet bekend is met de gevolgen van internetfraude. Bijna een kwart zou bovendien geen voorzorgsmaatregelen treffen tegen online fraude. Zij vertrouwen op hun eigen beoordelingsvermogen online. “Opvallend”, noemt Rommelaar dat, “dit staat namelijk haaks op het aantal incidenten dat plaatsvindt.”

Onderzoek dat het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) begin 2021 publiceerde gaf nog een ander beeld. Daaruit kwam naar voren dat 90 procent van de internetgebruikers die ouder zijn dan 12 jaar wél voorzorgsmaatregelen treft. Het gaat in dit geval om het beperken van toegang tot locatiegegevens, het verbieden van commercieel gebruik van persoonsgegevens en het controleren van de veiligheid van de website.

Ook uit ARAG’s onderzoek blijkt dat Nederlanders vaak de veiligheid van websites controleren. Zo kijken ze naar het slotje naast de URL, checken ze de betaalmogelijkheden, lezen de recensies van andere consumenten en controleren de contactgegevens van online webshops. Dit is een goed begin, maar niet voldoende.

Rommelaar raadt daarom aan “de gegevens van de verkoper te controleren op de website van de politie. Ook kun je kijken hoe lang een verkoper actief is en wat voor beoordelingen diegene heeft ontvangen.” Met andere woorden: let goed op.

Advies

Om de Nederlander zoveel mogelijk te behoeden voor cybercriminaliteit heeft ARAG onderstaande checklist opgesteld. Deze lijst bestaat uit adviezen die de juristen zelf aan hun cliënten meegeven.

Reageer nooit op mails, appjes of sms-jes van de bank, creditcardmaatschappij, of telefoon- of internetprovider waarin zij vragen om in te loggen via een link of QR-code. Verwijder de e-mail. Neem bij twijfel altijd contact op met de bank, creditcardmaatschappij of provider.

Krijg je een betaalverzoek van een onbekende, klik niet op de link en verwijder het bericht direct. Krijg je een (twijfelachtig) betaalverzoek van een bekende, probeer diegene dan altijd telefonisch te bereiken om te controleren of het betaalverzoek klopt.

Stuur geen bankpas, identiteitskaart of rijbewijs op naar derden. Een bank of andere instantie zal hier namelijk nooit om vragen. Zet ook geen foto’s van je bankpas, identiteitskaart of rijbewijs op social media.

Controleer of in de URL van een webshop het ‘slotje’ staat. Kijk bij twijfel ook of de webshop een keurmerk als ‘Thuiswinkel Waarborg’ heeft. Vertrouw je een link nog niet helemaal, controleer de link dan via checkjelinkje.nl.

Als iemand of een instantie in bitcoins betaald wil worden, dan gaat het meestal om phishing. Klik meegestuurde links niet aan en verwijder deze direct.

Gebruik een apart aangemaakt mailadres om online te shoppen, om te voorkomen dat je je privé- of werkmail blootstelt aan talloze webshops.

Tot slot, verander regelmatig je wachtwoorden en zorg dat je wachtwoorden niet gemakkelijk te raden zijn.

Als je onverhoopt toch slachtoffer bent geworden van online fraude, kan dit worden gemeld aan je rechtsbijstandsverzekeraar. Deze zal nagaan of de gegevens van de oplichter bekend zijn of achterhaald kunnen worden, waarna deze kan worden aangeschreven. Ook gaat de verzekeraar per individueel geval na of de bank tot vergoeding moet overgaan.

Het onderzoek

De juridische probleemoplosser heeft het onderzoek laten uitvoeren door onderzoeksbureau MWM2. Er namen 2.091 Nederlanders met een betaalde baan tussen de 18 en 67 jaar deel aan de enquête. Deelnemers werden gevraagd naar hun ervaring en kennis van online fraude en cybercriminaliteit.

Op de vraag met welk doel dit onderzoek wordt uitgevoerd, vertelt een woordvoerder: “ARAG voert geregeld onderzoek uit om een vinger aan de pols te houden in de Nederlandse samenleving. De uitkomst van het onderzoek heeft als primair doel om te monitoren wat er gebeurt rondom bepaalde thema’s in de maatschappij, zoals in dit geval cybercriminaliteit”.

Gepubliceerd: VPN Gids 6 jan 2022

Bedrijf failliet? Dit kun je als werknemer verwachten

Als het bedrijf waarvoor jij werkt failliet gaat, dan is dit vaak de eerste keer dat je zoiets meemaakt. Raak je baan plus inkomen dan meteen kwijt? Experts leggen uit waar je rekening mee moet houden.

In september gingen er meer bedrijven failliet dan in augustus, meldt het CBS. Toch ligt het aantal uitgesproken faillissementen op een laag niveau. Twee jaar geleden lag het aantal in september nog op 257, dit jaar is dat 117. Alleen in april 2020 laat de grafiek van het CBS een piek zien van 338 failliet verklaarde bedrijven.

Sinds 1 oktober kunnen bedrijven geen NOW meer aanvragen. Arbeidsrechtadvocaat Suzanne Meijers verwacht dat we dat terug gaan zien in de faillissementcijfers. Vervelend voor veel werknemers, want die gaan een onzekere periode tegemoet. Want heb je nog wel een baan als je baas failliet gaat?

Je raakt hem niet direct kwijt, zegt Meijers. “Maar waarschijnlijk wel snel. De rechtbank stelt na het uitspreken van het faillissement een curator aan die alle zaken afwikkelt en de rol van werkgever overneemt. De curator bepaalt ook of je ontslagen wordt of door moet blijven werken.”

Houd er rekening mee dat je binnen zes weken zonder baan kan zitten. Dat is namelijk de maximale tijd waar een curator zich aan moet houden. Staat in je contract dat je een maand opzegtermijn hebt, dan wordt die periode aangehouden.

Werkzaamheden stoppen niet altijd

Een curator kan ook bepalen dat bepaalde werkzaamheden door moeten gaan, legt Joke van der Velpen uit, kennismanager Wet- & Regelgeving bij HR-dienstverlener Visma|Raet. “Dat zag je bijvoorbeeld bij winkelketens die failliet gingen. De winkels waren een dag dicht, maar daarna moest het personeel weer aan de slag. De curator probeert zo zoveel mogelijk geld te genereren voor schuldeisers, dat is zijn taak.”

Voor de periode dat je doorwerkt, krijg je gewoon uitbetaald. Ook voor die zes weken dat je contract maximaal door kan lopen. Al die betalingen worden door het UWV gedaan, zegt Van der Velpen. “Van het UWV krijg je ook tot dertien weken salaris terug dat nog niet is uitbetaald. Ook krijg je het vakantiegeld waar je nog recht op hebt, vakantiedagen, een eventuele dertiende maand uitbetaald.”

‘Veel werknemers hebben medelijden met hun baas’

Arbeidsrechtadvocaat Meijers benadrukt dat het belangrijk is dat je rekening houdt met de periode waarover het UWV terugbetaalt. Langer dan dertien weken telt het UWV niet terug. Wil je niet in de problemen komen, laat het dan niet zo ver komen. “Een maand geen loon krijgen is tot daaraan toe, maar als het langer duurt kun je je vaste lasten misschien niet meer betalen. Onderneem daarom meteen actie, ga direct naar een jurist of advocaat.”

Dat kan spannend zijn, weet Meijers. “Veel werknemers hebben medelijden met hun baas. Maar mijn advies blijft: ga gelijk sommeren als je een maand loon mist. Dan kun je een kort geding aanspannen voor loonvordering. Dat is een vonnis waarmee beslag kan worden gelegd op het vermogen van je baas.”

Maar van een kale kip kun je niet plukken. Andere schuldeisers kunnen voorrang krijgen. In dat geval kun je als werknemer ook zelf een faillissement aanvragen, legt Meijers uit. “Soms werkt dat als een drukmiddel.”

Je kunt ook altijd proberen om er samen met je werkgever uit te komen. “Misschien is het wel een optie dat een werkgever het vakantiegeld later uitbetaalt. Als iemand altijd een goede baas is geweest, gaan werknemers daar meestal wel mee akkoord.”

Werknemers goed begeleid in het proces

Een faillissement voorkomen is altijd het beste, zegt ook Van der Velpen. Want er komt een hoop financiële en emotionele stress bij kijken. “Medewerkers hebben vaak al lange tijd onder hoge spanning gewerkt omdat het bedrijf in zwaar weer verkeerde. Dan is het heel heftig als het bedrijf het ondanks het harde werken toch niet gaat redden.”

Schroom niet zelf het advies van een professional in te winnen als je vragen hebt over de gevolgen van een faillissement, zegt Van der Velpen. “Maar veel bedrijven die failliet gaan doen er alles aan om werknemers zo goed mogelijk te begeleiden. Ze hebben bijvoorbeeld de werknemers aangemeld bij het UWV en een berekening gemaakt van wat ze nog krijgen. Dat is heel prettig.”

Gepubliceerd: NU.nl

UWV moet ING ruim €70.000 schadevergoeding betalen

UWV is door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld tot het betalen van een kleine €73.000 aan ING omdat hij onrechtmatig ten opzichte van het bedrijf heeft gehandeld door het afgeven van een onzorgvuldig deskundigenoordeel. Het bedrag komt overeen met 40% van de schade die ING als werkgever heeft geleden.

Deskundigenoordeel

In deze zaak draait het om een werknemer van ING met alcoholproblemen die zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt. ING zet om die reden het loon per 1 juni 2019 stop. Om de arbeidsovereenkomst te kunnen laten ontbinden door de kantonrechter – wegens verwijtbaar handelen van de werknemer – vraagt ze een deskundigenoordeel aan bij UWV. De arbeidsdeskundige van UWV oordeelt echter dat de re-integratie-inspanningen van de werknemer voldoende zijn omdat hij voor zijn nalatigheid een plausibele reden heeft.

Een verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden bij de rechter neerleggen acht ING op basis van het deskundigenoordeel tricky. Daarom kiest ze ervoor om tot ontslag op basis van een vaststellingsovereenkomst te komen. De werknemer gaat hiermee akkoord. In de op 13 december 2019 ondertekende vaststellingsovereenkomst is onder meer opgenomen dat ING aan de werknemer nog een deel van het loon en een transitievergoeding van een kleine €100.000 uitkeert.

Procedure

ING dient begin december 2019 een klacht in bij UWV en stelt dat zij als gevolg van het gebrekkige deskundigenoordeel een regeling met de werknemer heeft moeten treffen en hierdoor schade heeft geleden. De klachtenambassadeur van UWV verklaart de klacht enige tijd later gegrond. Hierna stelt ING UWV aansprakelijk voor de geleden schade op grond van een onrechtmatige daad en vordert via een procedure bij de rechter een schadevergoeding.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van mening dat het deskundigenoordeel kwalitatief gebrekkig is. Er heeft volgens de rechter geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige heeft zelf een oordeel gegeven over de (medische) belastbaarheid van de werknemer en had hiervoor een verzekeringsarts moeten inschakelen. Bij het beoordelen is hij buiten zijn expertise getreden en dat beschouwt de rechtbank als onzorgvuldig handelen en wel zodanig dat dit als onrechtmatig handelen moet worden aangemerkt.

Ook stelt de rechtbank dat als er wel zorgvuldig onderzoek had plaatsgevonden dit tot een ander deskundigenoordeel had geleid waardoor is voldaan aan de maatstaf voor het aannemen van een causaal verband (conditio sine qua non-verband) zoals bedoeld in artikel 6:162 BW. Dit alles bij elkaar maakt dat de rechtbank het redelijk vindt dat UWV werkgever ING gedeeltelijk compenseert voor de geleden schade.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2021:6648

Ontslag wegens weigeren vaccinatie?

Ontslagen worden omdat een werknemer weigert zich te laten vaccineren tegen het COVID-19? Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar toch gebeurde het een werkneemster op Curaçao. De betreffende werkneemster was werkzaam als administratief medewerkster in het World Trade Center op Curaçao, in een binnenruimte van slechts 25 vierkante meter zonder raam, of mogelijkheid tot ventilatie. Zij werkte daar met drie oudere collega’s van 69, 67 en 64 jaar.

Werkgever vroeg werkneemster zich te laten vaccineren, om de overige werknemers te beschermen tegen besmetting met het COVID-19 virus. Daarbij gaf werkgever al aan dat als werkneemster dit zou weigeren, de werkgever de arbeidsovereenkomst zou beëindigen. Werkneemster, zelf 25 jaar oud, weigert zich echter te laten vaccineren en wordt op staande voet ontslagen.

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao maakt (terecht) korte metten met dit ontslag op staande voet. Er geldt geen algemene vaccinatieplicht en een dergelijke verplichting past ook niet binnen een arbeidsverhouding.Vaccineren raakt immers het grondrecht van burgers op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Daar staat tegenover dat de werkgever wettelijk verplicht is om zijn werknemers te beschermen tegen het risico op een COVID-19 besmetting. De rechter meende dat er in deze specifieke situatie geen legitiem doel aanwezig was om de inbreuk op de grondrechten van de werkneemster te rechtvaardigen. Het blootstellingsrisico vond de rechter in deze situatie te beperkt en werkgever heeft ook niet met werkneemster gesproken over alternatieve oplossingen. De rechter voegt hier nog aan toe dat het ontslag op staande voet een laatste redmiddel is die niet is bedoeld voor vaccinatieweigeraars.

Hoewel het ontslag op staande voet geen stand hield, was de arbeidsverhouding tussen partijen door het ontslag op staande voet wel dusdanig verstoord geraakt dat de arbeidsovereenkomst werd ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan de werkneemster van (in totaal) NAf 10.500 bruto (zo’n € 5.000,-). Uiteindelijk heeft de weigering om zich te laten vaccineren de werkneemster toch haar baan gekost.

Gepubliceerd op LinkedIn, 6 augustus 2021.

Komen WIA-voorschotten voor rekening van een eigenrisicodrager?

Al geruime tijd heeft het UWV te kampen met grote achterstanden. Veel geneeskundige keuringen vinden te laat plaats. Dit leidt tot vertragingen in het nemen van WIA-beslissingen. In afwachting van deze beslissing wordt door het UWV vaak een voorschot aan de (ex)werknemer toegekend. Normaal gesproken, komt dit voorschot voor rekening van het UWV. Hoe zit dit bij een eigenrisicodrager? Mag het UWV deze voorschotten aan een eigenrisicodrager toerekenen?

De rechtbank Limburg heeft hierover op 6 oktober 2021 een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBLIM:2021:7549).

In deze zaak had het UWV WIA-voorschotten aan een aantal (ex)werknemers toegekend. Vervolgens had het UWV deze voorschotten aan de (ex)werkgever toegerekend. Volgens het UWV was deze (ex)werkgever immers een eigenrisicodrager. De (ex)werkgever was het hiermee niet eens. Deze (ex)werkgever stelde zich op het standpunt dat hiervoor geen wettelijke grondslag bestond. De rechtbank oordeelde dat in de Wet WIA niet staat vermeld dat een eigenrisicodrager ook het risico van een voorschot op een WIA-uitkering draagt.

In deze wet staat immers alleen dat een eigenrisicodrager het risico van betaling van een WIA-uitkering draagt. Dat daaronder ook een voorschot op een WIA-uitkering moet worden begrepen, staat niet in de Wet WIA genoemd. In deze wet is evenmin een bepaling opgenomen die een WIA-voorschot gelijkstelt aan een WIA-uitkering. Hoewel het UWV bevoegd is om voorschotten op een WIA-uitkering te verlenen, betekent niet dat daarmee kan worden afgeleid dat dit voorschot aan een eigenrisicodrager kan worden toegerekend, aldus de rechtbank.

De rechtbank vond het daarbij van belang dat aan het verlenen van een WIA-voorschot het inherent is dat onzekerheid bestaat of uiteindelijk wel een WIA-uitkering wordt toegekend (die aan een eigenrisicodrager zou zijn toe te rekenen).

Volgens de rechtbank bestaat voor het toerekenen van deze voorschotten dus géén wettelijke grondslag. Deze voorschotten komen daarom niet voor rekening van een eigenrisicodrager.

Gepubliceerd op LinkedIn, 27 oktober 2021.

Thuiswerken in coronatijd

Per 26 november 2021 geldt het advies: werk thuis. Kunt u niet thuiswerken? Kijk dan op werken op locatie in coronatijd voor meer informatie.

Op deze pagina vindt u onder andere informatie over de eisen aan een thuiswerkplek en de zorgplicht van een werkgever voor een goede thuiswerkplek.

Wettelijke eisen thuiswerkplek

Uw werkplek in de eigen woning moet ergonomisch verantwoord zijn. Dit staat in het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Thuiswerkplek en zorgplicht werkgever

Ook als u thuiswerkt, moet uw werkgever zorgen voor goede en veilige arbeidsomstandigheden. Dat noemt de wet de zorgplicht. Wel is de mate waarin de werkgever invulling kan geven aan zijn zorgplicht bij thuiswerken afhankelijk van wat redelijkerwijs gevraagd kan worden. De werkgever beoordeelt per werknemer welke gebruikersvoorwerpen, technische systemen en taken nodig zijn. Deze moeten erop gericht zijn om bij te dragen aan:

  • de veiligheid;
  • de gezondheid;
  • het comfort;
  • het functioneren van de werknemer.

Daarnaast zijn werkgevers verplicht om hun werknemers actief te instrueren en voor te lichten over het gebruik van ergonomisch verantwoorde arbeidsmiddelen.

Voorbeeld invulling zorgplicht werkgever bij thuiswerkplek

Een werkgever kan bijvoorbeeld zoveel mogelijk ergonomisch verantwoorde arbeidsmiddelen aanbieden voor een ergonomische thuiswerkplek. Denk aan een ergonomisch toetsenbord of een bureaustoel.

Verantwoordelijkheid werknemer voor thuiswerkplek

De werknemer heeft zelf ook een verantwoordelijkheid in het zorgen voor een gezonde en veilige thuiswerkomgeving. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de voorzieningen die hem worden aangeboden door de werkgever.

Zorg voor voldoende frisse lucht

Frisse lucht is belangrijk! Zorg dat er thuis altijd een raam of ventilatierooster open staat en dat een huis meerdere keren per dag goed kan doorluchten door ramen en deuren wijd open te zetten

Onder bepaalde omstandigheden kan besmetting ook plaatsvinden via virusdeeltjes in de lucht. In welke mate frisse lucht helpt om verspreiding tegen te gaan is onbekend, maar het helpt wel om de overdracht van het virus te beperken.

Risicogroep en niet thuiswerken

Als u tot een risicogroep behoort, adviseert het RIVM thuis te werken. Kunt u dit niet? Neem dan contact op met de bedrijfsarts. Ook kunnen in het protocol voor uw organisatie of sector afspraken staan over werknemers die tot de risicogroepen behoren. Vraag ernaar hoe dit precies zit bij uw werkgever of vakbond.

Informatie thuiswerken voor werkgevers

Loonheffing en thuiswerken

Wilt u weten wat het thuiswerken voor reisvergoedingen of OV-abonnementen van u en uw medewerkers betekent voor uw aangifte loonheffing? Of hoe het zit als u hulpmiddelen waarmee uw werknemers thuiswerken betaalt of vergoedt? Hoe verwerkt u dat in uw aangifte loonheffingen? Lees meer over loonheffingen en de coronacrisis.

Reiskostenvergoeding

U mag de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer stopzetten als de werknemers thuiswerken. Dit kan alleen niet als er andere afspraken staan in de cao of het arbeidscontract. Lees meer over reiskostenvergoedingen.

Risico-inventarisatie en evaluatie

Neem de risico’s van thuiswerken op in een Risico-Inventarisatie & Evaluatie. Hierin neemt u ook een plan van aanpak mee. Zo zorgt u er bijvoorbeeld voor dat er aandacht blijft voor de (mentale) gezondheid van uw medewerkers. Dit is belangrijk voor uw bedrijf en uw medewerkers. Het leidt namelijk niet alleen tot minder ziekteverzuim, maar zorgt ook voor meer werkplezier en productiviteit.

Aanvullen de informatie thuiswerken

Ondernemen en werken